Het is 14.25. De gangen lopen langzaam leeg, terwijl de aula zich vult met docenten, vertegenwoordigers van het leerlingenparlement en natuurlijk onze eigen schoolkrantredactie. De meeste leerlingen zullen het niet meegekregen hebben omdat ze van het lekkere weer aan het genieten waren, maar in de aula maakte iedereen zich klaar voor het docentendebat. Nog nooit is er zo’n soort debat tussen docenten geweest en de verwachtingen zijn hoog. Terwijl de laatste docenten nog gauw een glas drinken en een handje chips meepakken, is het bijna tijd om te beginnen.

Tien docenten van elke sectie zaten in een gesloten cirkel met de andere docenten eromheen. De rechterkant van de aula vormde het tachtigminutenkamp, de linkerhelft bestond uit zestigminutenvoorstanders. Het debat was nog niet eens van start gegaan of er werd vanuit de zaal al gejoeld: ‘Krijgen wij er ook een cijfer voor?’ Sorry hoor, maar niet alles moet gelinkt worden aan cijfers. Dat roept ook weer allemaal problemen op: Is het een E-cijfer, een T-cijfer, is het herkansbaar…?

Goed, het docentendebat gaat van start. Eerst worden de feiten even op een rijtje gezet door mevrouw Nijhof en mevrouw Van der Eem. Allemaal prachtige cijfers in grafiekjes en tabelletjes, maar we noemen het niet voor niets een debat. Wij willen de argumenten door de aula geslingerd horen worden! Zal het er hard aan toe gaan? Zal de discussie stilvallen? Een ding staat vast, volgens de voorzitter, meneer Van Middelkoop, zijn er geen verliezers of winnaars.

Het tachtigminutenkamp begon meteen met het mes op tafel. Op een theatrale manier halen zij de eindexamenresultaten erbij en beweren hiermee dat het nu prima gaat met tachtig minuten les. Aan de overkant wordt geprikkeld gereageerd want: ‘In de wetenschap mag je nóóit uit zulke simpele tabellen direct een conclusie trekken tussen twee zaken die je niet nauwkeurig hebt onderzocht.’ Goed, de spits was eraf gebeten en de toon was gezet.

Eén van de doorslaggevende redenen om voor zestig minuten te pleiten was toch wel de verminderde werkdruk. Het tachtigminutenkamp maakte zich vooral druk om iets heel anders, namelijk het rooster als de lessen veranderen naar zestig minuten. Een geschiedenisdocent neemt meteen de proef op de som door de leraren te vragen hoeveel dagen per week zij werken. Een zestigminutenrooster betekent namelijk ook minder vrije dagen. Door zijn onderzoekje is dit argument meteen tactisch onderbouwd. Maar ook dit punt werd meteen weer door de wiskundesectie van tafel geveegd. ‘Dit is ook een heel leuk wiskundig probleem…’ Ach jongens, wat zouden we toch zonder wiskunde moeten?

Een docent uit de zaal drukte de zestigminutenvoorstanders meteen weer met de neus op de feiten, want het is niet zo dat docenten meer lestijd krijgen: die extra uren worden in een andere periode weer gecompenseerd. Iedereen kon hier wel om lachen, zelfs in het heetst van de strijd.

Het viel in dit debat erg op dat docenten het vaak toch niet met elkaar eens zijn over iets belangrijks als huiswerk. Waar de ene docent het een voordeel vond dat leerlingen in een les van tachtig minuten ook tijd hebben voor huiswerk, reageerde een ander hier meteen op: ‘Huiswerk doe je thuis en niet in de les, dus die twintig minuten extra, die heb ik niet nodig. … Als ik zestig minuten lesgeef heb je ongeveer nog negentig minuten huiswerk. Dat is ongeveer de SLU, hè, die er voor mijn vak staat.’ Nou lieve docenten, maakt u zich niet druk, zelfs met het tachtigminutenrooster komen wij wel aan negentig minuten huiswerk.

Ook werden er wat stootjes onder de gordel uitgedeeld. Het tachtigminutenkamp stelde: ‘We zijn al zestig minuten aan het praten, dat is kort, zestig minuten, hè.’ Op een grappige en slimme manier wisten zij zo hun standpunt te onderbouwen.

De sectie economie, als de vakidioten die ze zijn, zochten een oplossing dichterbij huis. Ze stelden de vraag: ‘Wat wil de klant?’ ‘Zullen we het ze vragen?’, zei voorzitter meneer Van Middelkoop meteen, een blik werpend op de redactie. Anna, onze hoofdredacteur, veroverde de microfoon en liet de stem van de leerlingen horen alsof het haar tweede natuur was. ‘Als ik kijk naar de bijeenkomst van klassenvertegenwoordigers waren er maar twee leerlingen die voor een zestigminutenrooster waren. … Als je voor elke les anderhalf uur huiswerk krijgt, is er ook geen tijd meer voor de schoolkrant, het leerlingenparlement en hobby’s.’ Honderd punten voor Anna! Een docent uit de zaal reageerde hier echter terecht op: ‘Het ligt er ook aan hoe je het de leerlingen vraagt…’. Maar, zo concludeerden wij, dat geldt uiteraard ook voor docenten.

De leraren gaan nog verder discussiëren over deze beslissing en als het goed is, is er rond eind september een uitslag.

Maar deze hamvraag is natuurlijk niet alleen aan de docenten, maar ook aan jullie. Zestig of tachtig? Laat je mening over deze kwestie achter in onze poll!

[wpdevart_poll id=”2″ theme=”1″]

 

Noah de Jongh en Marie-Christine van de Glind